Rianne Wisselink portretfotoDe leiding van Oost-Nederland besloot afgelopen herfst op eigen houtje eens flink te gaan snoeien in de rechten van zijn arrestantenwachten. Vanaf 1 januari 2016 zouden er voor deze collega’s geen werkweken van 4x9 uur meer worden ingepland. Die werktijdenmodaliteit was ongewenst, want ze leidde tot overlap in de bezetting en dus tot verspilling van capaciteit.

Uiteraard riep deze actie bij veel collega’s en ook bij mij de nodige verontwaardiging op. De leiding had blijkbaar volledig lak aan de landelijke modaliteitenregeling en de in mei 2015 gepubliceerde beleidsregel over dat onderwerp. Een document dat nu juist bedoeld was om een eind te maken aan de verkeerde manieren waarop de regeling her en der werd uitgevoerd.

Modaliteitenregeling

Artikel 12a van het Besluit algemene rechtspositie politie (het Barp) geeft politiemedewerkers het recht jaarlijks voor 1 oktober bij de werkgever een gewenst werkweekpatroon aan te vragen, bijvoorbeeld vijf dagen van acht uur of vier dagen van negen uur. De werkgever is verplicht deze voorkeur vervolgens voor de duur van een jaar toe te kennen, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet. De afweging of een individuele aanvraag kan worden toegekend gebeurt jaarlijks en in teamverband. Een voorgenomen weigering moet aan de landelijke commissie werktijdenmodaliteiten worden voorgelegd voordat er een definitief afwijzend besluit wordt genomen.

De mist ingegaan

Op allerlei punten is de eenheidsleiding van Oost-Nederland dus royaal de mist ingegaan. Ten eerste is ze helemaal niet bevoegd om voor een volledige groep medewerkers – de arrestantenwachten in Oost – één bepaalde modaliteit uit te sluiten. Bovendien is ze niet tijdig naar de commissie gegaan, ondanks aandringen van de Ondernemingsraad (OR) en van de NPB.

Commotie

Een deel van de arrestantenwachten heeft geen nieuwe aanvraag ingediend en (dus) nooit een afwijzing ontvangen. Een ander deel ontving eind december een besluit voor 2016 waarover de landelijke commissie niet geraadpleegd was. Nadat over deze eigengereidheid de nodige commotie was ontstaan is alsnog een (voorgenomen?) besluit naar de commissie gestuurd. De eenheid liet ons weten dat deze procedure geen opschortende werking heeft. In Jip en Janneke-taal: in afwachting van het advies van de commissie gaat het plannen van acht-uursdiensten door.

Gauw alsnog advies vragen

Op woensdag 20 januari kregen we van de commissie een uitnodiging voor een hoorzitting binnen: of de arrestantenwachten per omgaande konden melden wie er op donderdag 28 januari namens hen in Den Haag aanwezig zou zijn. Snel schakelen is in het belang van onze leden: de NPB heeft dus gemeld de groep te zullen vertegenwoordigen op voorwaarde dat we op maandag 25 januari de stukken in huis hebben. Twee dagen voorbereidingstijd is al krap zat. Bij navraag gaf de commissie aan zelf ook nog geen stukken te hebben ontvangen – een week voor de hoorzitting! Duidelijk haastwerk dus.

De verkeerde kant op

Voor de jaarwisseling was in Oost-Nederland de 4x 9-modaliteit in bepaalde districten al niet toegestaan bij de arrestantenwacht. In bijvoorbeeld Zwolle en Deventer kon het wel. Nu wordt dus naar de verkeerde kant geharmoniseerd: vanaf 2016 kan geen enkele arrestantenverzorger meer 4 keer 9 uur werken. Een belronde van een van onze leden leverde op dat dit probleem in de rest van het land niet speelt, met uitzondering van Noord-Nederland. Daar vragen de collega’s de 4x9-modaliteit maar niet meer aan (hoe graag ze die ook zouden willen), omdat ze weten dat daarop automatisch een afwijzing volgt.

Rechtsgelijkheid voor alle medewerkers binnen de Nationale Politie is blijkbaar nog steeds geen landelijk gedeelde ambitie. Het kan toch niet zo zijn dat in Noord- en Oost-Nederland een werkweek van 4 keer 9 uur voor arrestantenwachten niet wordt toegestaan en in de rest van het land wel? De nieuwe korpschef zou een indrukwekkend visitekaartje afgeven door vanaf februari doortastend een eind te maken aan dit soort verschillen.